Voedselbank als symptoom van ongelijkheid in Noordkop

advertentie

In Anna Paulowna staat de hoofdvestiging van voedselbank 'Kop van Noord'.

Oxfam Novib meldde onlangs dat de armoede in de wereld weer groter is geworden. De 26 rijkste mensen in de wereld bezitten evenveel als de armste helft van de wereldbevolking. Ook in Nederland zijn de verhoudingen scheef gegroeid. Er is rijkdom genoeg, ook in Hollands Kroon, maar toch zien we hier een voedselbank. Moeten we ons hier niet voor schamen?

Schagerbrugger Frank van Loo bestudeerde jarenlang de armoede en de daarmee verbonden armenzorg in de negentiende- en de twintigste eeuw in Nederland en in het bijzonder die van de Noordkop. Hij verbaasde zich over het feit dat in een welvarende maatschappij als de onze nog steeds een omvangrijke groep mensen arm is. Van Loo vroeg zich af of we weer ‘terug’ gaan naar de ouderwetse ‘armenzorg’.

In Nederland is in de terminologie van Van Loo een steeds grotere groep ‘relatief gedepriveerden’. Dat is een groep die voldoende eten (soms van de voedselbank), kleding en huisvesting heeft, maar meer ook niet. Om in het maatschappelijk leven mee te doen is meer nodig. Het is een groep die door opstapelende problemen slechte vooruitzichten heeft. Het is een groep met vaak grote schulden. En daarnaast psychische- en lichamelijke klachten. Een kleine huurschuld kan uitgroeien tot een enorme achterstand waardoor incassobureaus en deurwaarders trachten nog ‘veren te plukken van kale kikkers’.

Hinderpalen en beletselen
Van Loo wijst op processen als deregulering, decentralisatie en privatisering. We zijn volgens hem op weg naar een steeds kleiner ‘ministelsel’ van sociale zekerheid. Het is in zijn optiek het gevolg van de samenwerking door liberalen (VVD-D66), christendemocraten (CDA) en sociaaldemocraten (PvdA). Niet alleen landelijk, maar ook lokaal, in Hollands Kroon, is zo’n tendens duidelijk waarneembaar. Als een partij als Senioren Hollands Kroon meldt mensen die in de problemen komen door ‘eigen schuld’ geen ondersteuning wenst te geven klinkt dat niet erg solidair. Toch is solidariteit het meest in het oog springende kenmerk van sociale zekerheid. Solidariteit betekent dat de zwakkere door de sterkere wordt geholpen. Solidariteit betekent ook dat de rijke wat rijkdom afstaat aan de arme medemens. De overheid zou de bewaker moeten zijn van de solidaire bereidheid in onze samenleving. De geschiedenis leert dat de negentiende-eeuwse overheid probeerde zoveel mogelijk ‘hinderpalen en beletselen’ weg te nemen om de economie te laten groeien en het economisch liberalisme ruim baan te geven.

Anno 2018 worden door overheden opnieuw beletselen en hinderpalen opgeruimd. Er is marktwerking alom. Voorheen publieke taken worden nu uitbesteed aan particuliere bedrijven die uit zijn op een zo groot mogelijke winst. Zelfs ziekenhuizen worden verkocht aan winstbeluste ondernemers.

Een ministelsel van sociale zekerheid zorgt voor een toenemende ongelijkheid, die zich niet alleen uit in een scheve inkomensverdeling, maar ook in de gezondheidszorg een tweedeling veroorzaakt. Dat zien we in het marktgerichte stelsel van zorgverzekeringen. Veel medische behandelingen gaan vergezeld met ‘eigen bijdragen’ en vallen onder het ‘eigen risico’. Dit stelsel heeft liberaal-economische trekken en geeft alle ruimte aan ‘zorgcowboys’. Gezondheidszorg behoort een publieke voorziening te zijn die voor alle mensen op Nederlands grondgebied toegankelijk moet zijn. Of je nu zorgafhankelijk bent door eigen schuld of niet. Er zijn tegenwoordig mensen die de tandarts of het ziekenhuis mijden omdat dat een te grote aanslag op hun budget zou betekenen. Van Loo ziet een terugtrekkende overheid die slecht met burgers omgaat en zo zorgt voor onverschillige mensen die hun interesse in de politiek en hun medemensen verliezen.

Havenots en cannots
In iets andere bewoordingen heeft Johan Remkes (VVD) dat ook geconstateerd. Ook volgens hem is er een groeiende tweedeling in de samenleving. Remkes ziet dat zelfs als een groot gevaar voor de democratie. In rapporten van het SCP wordt deze tweedeling gezien als tegenstellingen, als ‘haves en havenots’ en ‘cans en cannots’. Zelfs bij de publieke omroep is die tweedeling waar te nemen. Vrijwel de meeste programma’s voeren een welvarende samenleving op, waarin de grootste plaats is ingeruimd voor de ‘haves’ en de ‘cans’. Een afspiegeling van de zo diverse Nederlandse samenleving vindt je niet terug op de buis. De publieke omroep verheerlijkt een kleine groep Bekende Nederlanders die zich op kosten van de belastingbetaler inschrijven voor spelletjes in verre landen en quizzen die niks voorstellen. Ze krijgen er zelfs voor betaald. Aan tafel van praatprogramma’s schuiven draagkrachtige personen aan die zich nauwelijks kunnen voorstellen hoe het leven in een achterstandswijk eruitziet.

In 2005 werden de eerste 5 voedselpakketten aan arme Noordkoppers gegeven. Gelovige kerkgangers hadden deze samengesteld. Anno 2018 worden er door 68 vrijwilligers 160 pakketten verzorgd. Deze worden vaak in kerkelijke gebouwen uitgereikt. De vraag van Van Loo of we weer teruggaan naar ouderwetse armenzorg kan bevestigend worden beantwoord…

Lezen: Frank van Loo, Arm in Nederland 1815-1990 (Meppel 1992).

advertentie