Interviews van Marsmans: Liesbeth Vlietstra en Maarten Versluis D66

advertentie

We spreken vandaag in het kader van de komende gemeenteraadsverkiezing met de voorvrouw van D66 mevrouw Liesbeth Vlietstra-Wouterse en haar secondant Maarten Versluis. Liesbeth, Maarten, hartelijk welkom.

De afgelopen vier jaar bestierde u een kleine fractie in de oppositie. U moest opboksen tegen een tamelijk dichtgetimmerd coalitieakkoord. Bent u tevreden?
(Liesbeth) Ik wil ons optreden beslist niet kwalificeren als opboksen. We zijn een partij uit het politieke midden. De verschillen in programma’s zijn, zeker in het midden, niet heel erg groot. We hebben kunnen meepraten en meebeslissen, we hebben echt niet hoeven vechten om ons standpunt voor het voetlicht te kunnen brengen.

Waar is D66 de afgelopen periode zichtbaar belangrijk? In welk debat hebt u beslissende argumenten ter tafel gebracht?
Zoals gezegd is D66 een partij uit het politieke midden. Dat houdt in dat het, bij een gematigde coalitie zoals in Hollands Kroon, niet meteen noodzakelijk is om met de vuist op tafel te slaan. Voor sommige kiezers zijn we daarom misschien inderdaad wat minder dominant aanwezig. Onze focus ligt op samenwerken, ook in commissies en organen die het functioneren van de raad mogelijk maken.

Uit uw programma: De gemeenteraad wordt weer een volwaardige vertegenwoordiging van inwoners (citaat). Ik hoor daarin een zekere onvrede. Is de raad op dit moment dan geen volwaardige vertegenwoordiging?
Dat is niet helemaal terecht. De gemeente is in opbouw. De prioriteiten lagen op de vorming van een goed functionerend gemeentelijk apparaat. We moeten nu de focus verleggen van de eigen organisatie naar de dialoog met de inwoners.

VVDer Jan Swaag stelde dat het bestuur transparanter is en toegankelijker dan ooit. Hoe denkt U dat het gesteld is met de transparantie en de toegankelijkheid van het bestuur?
Hier zien we ruimte voor verbetering. Wij zouden graag zien dat de burger meer het initiatief neemt, en dat de gemeente deze initiatieven omarmt en uitvoert. Democratie aan de voorkant van het besluitproces. Inwoners kunnen dan beter volgen hoe hun initiatief door het democratisch proces van besluitvorming loopt.
De samenwerking met andere gemeenten, ik noem de zorg en de veiligheidsregio, verloopt volgens verschillende fractieleiders die ik heb gesproken, weinig democratisch. U, de raad, heeft er weinig grip op. Hoe ziet u dat?
De raad staat daar inderdaad tamelijk ver vanaf. We proberen daar zeker verbetering in aan te brengen. De omvang en de complexiteit van de vraagstukken maakt wel dat het ingewikkeld is om er een meer democratische besluitvorming aan te verbinden.

Politici hebben de mond vol van die burgerparticipatie. Toch gaat er maar 50% van de kiezers daadwerkelijk stemmen. Is niet de wens de moeder van de gedachte?
Het gaat ook om de wens. Dat is het begin van alles. D66 streeft ernaar om van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie te gaan. De inwoners nemen het initiatief om iets te bereiken dat ze belangrijk vinden. De gemeente, treedt vanaf dat moment faciliterend op. Zij zorgen dat de burger zich gesteund voelt en dat het initiatief handen en voeten krijgt.

Doordat de economie aantrekt en het rijk ook meer uitgaven doet, is er nu een trend zichtbaar van hogere bijdragen vanuit het rijk aan de gemeente. Dit geeft voor nu meer bestedingsruimte maar onduidelijk is hoe zich dit de komende jaren zal ontwikkelingen. D66 wenst daarom een behoudend financieel beleid, waarbij de algemene reserve wordt aangesterkt (citaat). Is dit niet de valkuil waar woningcorporaties en zorgverzekeraars zijn ingestapt? Met als resultaat grote reserves die eigenlijk aan de klant/burger moeten toekomen?
(Maarten) Dat is inderdaad een risico en dat hadden we specifieker moeten verwoorden. De kern blijft wel overeind. We pleiten voor een behoudend financieel beleid. Het is wel degelijk slim om in goede tijden de reserves op te bouwen voor slechtere tijden. Zo kunnen we ook in de toekomst de verplichtingen nakomen die we nu aangaan.

Overheidsparticipatie brengt mogelijk ook alternatieve financieringsvormen met zich mee. Overheid en private initiatiefnemers dragen immers samen de financiële lasten voor breed gedragen maatschappelijke initiatieven. De gemeente moet wat D66 betreft beleid ontwikkelen t.a.v. alternatieve financieringsvormen (Citaat). Kunt u dat tenminste enigszins specificeren? Wat is een alternatieve financieringsvorm en welke rol speelt de gemeente daarin?
(Maarten) Nu is het zo dat de gemeente luistert naar haar inwoners, vervolgens een plan bedenkt en er daarna passende financiering voor regelt. Wij streven naar een model waarbij het initiatief bij de burger ligt, dat die een plan bedenkt en dat we daar vervolgens gezamenlijk het geld bij zoeken. Dat kan zijn door subsidie maar bijvoorbeeld ook door een bankgarantie af te geven waardoor de financiering veel goedkoper kan. Die structuur ontbreekt op dit moment en dat willen we veranderen.

Wat mensen voor zichzelf en anderen kunnen doen is veel belangrijker en effectiever dan wat de overheid kan doen (citaat). Kunt u dat toelichten want zoals ik dat interpreteer, trekt u zich nu als overheid wel erg ver terug.
(Maarten) Om deze vraag te beantwoorden heb je de context van de opmerking nodig. Als je het betrekt op de zorg, dan is het een logisch verhaal. Als iemand die zorg nodig heeft beschikt over een sociaal vangnet die die zorg op zich neemt, denk aan buren en familie, dan is dat beter dan dat de overheid deze zorg toekent. Er moet altijd een professioneel vangnet door de overheid worden gerealiseerd, maar de zorg die de betrokkenen zelf kunnen organiseren is van een veel groter belang.

Beleid is afgestemd op de buitengewone positie van Hollands Kroon(citaat). Hoezo is de positie van Hollands Kroon buitengewoon?
(Maarten) We zijn een buitengewoon grote gemeente met relatief een laag inwonertal. Dat brengt specifieke problemen met zich mee. Hoe hou je de voorzieningen op peil, maar ook hoe hou je ze betaalbaar. De discussie rond de zwembaden is daar een mooi voorbeeld van.
De ligging en ruimte wilt u gebruiken voor economische groei. Kunt u daar wat meer invulling aan geven?
(Liesbeth) We zijn natuurlijk, uitgaande van dat bijzondere, uitgestrekte karakter, bij uitstek een gemeente die kansen biedt voor agrarische ontwikkelingen. Ik denk dat er zeker kansen liggen om daar economische groei te realiseren. Niet alleen groei trouwens, maar ook innovatie, bijvoorbeeld op het gebied van circulair ondernemen.
Een uitvloeisel van dit beleid is eigenlijk het ontstaan van Agriport.
(Liesbeth) Misschien is het beleid wel een uitvloeisel van het initiatief dat door deze ondernemers is genomen.
Kunt u mij nou eens uitleggen wat het voordeel voor de inwoners is, van het bestaan van Agriport?
Het geld klotst niet over de plinten bij de gemeente, de voorzieningen worden niet beter en er is geen toename van bijvoorbeeld het aantal winkels of de woningbouw. De werkeloosheid schommelt nog steeds rond hetzelfde niveau als voor het ontstaan van Agriport. Wat zijn we ermee opgeschoten?
(Liesbeth) Agriport is in ontwikkeling en ik denk dat er wel degelijk een fors inkomen gegenereerd word. Ik kan u geen exacte cijfers geven, maar een positief effect valt niet te ontkennen. We worden als gemeente door de ontwikkeling van Agriport op de kaart gezet. Kijk bijvoorbeeld naar alle toeristen die op Agriport afkomen.
Goed, ik had op meer gehoopt. Ik ga nog een kritische vraag stellen. Verzoeken tot uitbreiding of vestiging van intensieve veehouderij dienen te worden beoordeeld op aspecten als volksgezondheid, ruimtelijke inpassing, milieu duurzaamheid en dierenwelzijn (einde citaat) Wethouder Groot verzekerde mij ervan dat het bestemmingsplan geen ruimte laat voor verdere intensieve veehouderij. In welk licht moeten wij uw uitspraken dan zien?
Het bestemmingsplan is er dan wel, toch is het goed om de grondslagen waarop dit plan is gebaseerd te benoemen. We kunnen dan bij eventuele wijzigingen teruggrijpen op onze uitgangspunten. Zeker met het oog op wetswijziging of omgevingsvisie.
De landelijke richtlijnen met betrekking tot intensieve veehouderij konden stalbranden en grootschalige ruimingen als gevolg van uitbraak van ziekten niet voorkomen. Hoe denkt u volksgezondheid, milieu, duurzaamheid en dierenwelzijn dan wel te kunnen garanderen?
(Maarten) Ik denk dat het belangrijk is om vast te stellen dat een megastal niet per definitie slechter is op het gebied van dierenwelzijn. Een grote stal kan net zo diervriendelijk zijn als een kleine stal.
Misschien, maar dat is geen antwoord op mijn vraag.
(Maarten) Ik neem aan dat de afschuwelijke beelden die we allemaal hebben kunnen zien, leiden tot verscherpte veiligheidsnormen. Handhaving van die aangescherpte wetten is dan natuurlijk wel enorm belangrijk.
(Peter) Veel stallen zullen in de toekomst gerenoveerd worden, denk aan asbestsanering, dan zullen ook die verscherpte regels tot uitdrukking komen.

Wat ons betreft zou de volgende generatie zoveel mogelijk drugsvrij moeten zijn (citaat). Over welke drugs hebt u het?
(Liesbeth)We spreken hier over gezondheid. Lang leven en gezond oud worden. Bovenmatig gebruik valt hier niet mee te rijmen. Drugs, maar ook alcohol en eigenlijk alles wat je bovenmatig kunt gebruiken zijn hierop van een negatieve invloed.
Ik vraag het in de context van het landelijke D66 standpunt. Zij zijn altijd een voorstander geweest van het gedoogbeleid en ze hebben zelfs een voortrekkersrol vervuld bij het voorstel tot gereguleerde wietteelt.
(Maarten) D66 is in wezen een liberale partij. Je kiest zelf. We willen wel dermate goede voorlichting geven, dat je ook inderdaad een verantwoorde keuze kunt maken. Dat betekent dat je drugs in de praktijk uit de buurt van de jeugd moet houden. Zij hebben gewoon nog niet het gereedschap en de bagage om die afweging bewust te kunnen maken.

Ik ga een experiment met u uitvoeren. U krijgt beiden een minuut om uit te leggen waarom ik op u, op D66 dus, zou moeten stemmen.
(Maarten) We zijn een partij die de middenstemmer vertegenwoordigd. Het is voor ons dus ook maar een korte afstand die we moeten overbruggen naar andere partijen. Daarnaast beschouw ik het als een voordeel dat we een landelijke partij zijn. Niet alleen omdat we erop kunnen terugvallen wat betreft kennis en ervaring, maar vooral omdat we vertakt zijn in de samenleving. We zijn vertegenwoordigd in de gemeenten, maar ook in de provincie en dus ook landelijk.
(Liesbeth) De positie in het midden én onze bereidheid om te luisteren maakt van D66 een partij die bij uitstek met andere partijen kan samenwerken. Polderen is in de politiek niet bij voorbaat een slechte eigenschap. Juist wij zijn in staat om partijen bij elkaar te brengen.

Wat zou u veranderen aan de profielschets die u mag samenstellen voor de aanstelling van de nieuwe burgemeester?
(Liesbeth) Ik denk dat we, in de raad, een goed beeld kunnen schetsen van onze verwachtingen. Dit beeld communiceren we met de vertrouwenscommissie. Het is niet zo dat een profielschets een garantie is dat we de burgemeester krijgen die we bedoelen. Het is juist zo dat onderling begrip en vertrouwen bepaald of dit proces succesvol is. Dat begrip en vertrouwen bestaat tussen de raad en de vertrouwenscommissie.
(Maarten) Het is natuurlijk bekend dat we als D66 een andere benoemingsprocedure voor een burgemeester voorstaan. Dat is misschien voor september van dit jaar niet haalbaar, maar landelijk zijn we voor een vorm van gekozen burgemeesterschap.
(Liesbeth) Het is wel een goed moment om te luisteren naar de bevolking, wat willen we precies voor een burgemeester. Vraag het aan de burger. Dat is het uiterste wat we nu kunnen doen om toch bij het uitgangspunt van D66 te blijven.
Waar bent u trots op en waar baalt u van als u terugkijkt op de afgelopen vier jaar?
(Liesbeth) Ik ben ongelooflijk trots op de fractie die we met z’n tweeën vormden en het werk dat we hebben kunnen verzetten. We hebben kunnen meepraten, zonder onze uitgangspunten uit het oog te verliezen. Waar ik ook heel trots op ben is dat we nu een kandidatenlijst kunnen presenteren waarop veel jonge en talentvolle mensen staan.
De dingen waar ik niet trots op ben hebben opnieuw met communicatie te maken. Het college had beter met de raad kunnen communiceren. We hadden veel ellende kunnen voorkomen als de raad beter en beter op tijd was geïnformeerd. Daar ligt nog voldoende ruimte voor verbetering in de komende periode.

Noordkop Radio - Uitzending Gemist

advertentie