IJskoorts!?

advertentie

IJSSELMEER – Zodra er enige vorm van ijskoorts ontstaat betekent dat voor sommige vrijwilligers van de KNRM ook iets anders. De reddingboot kan door ijsgang worden belemmert om te varen, kan de haven niet meer verlaten of ligt zelfs vastgevroren in het ijs.

En wat doen de vrijwillige bemanningsleden dan? De pieper kan niet meer afgaan. Rondom het IJsselmeer worden er bij voldoende dik schaatsijs enkele ijsreddingsteams actief. KNRM Marken bijvoorbeeld.

Het hele jaar vaart KNRM-station Marken uit voor hulp aan schepen op Gouwzee en Markermeer. Het hele jaar? Nee, niet als er ijs ligt. Dan verandert station Marken in een lopend reddingsteam voor ijsreddingen.

Vanuit het station stuurt een ijsreddingsteam van de KNRM alle samenwerkende hulpdiensten aan: brandweer, EHBO’ers en desnoods een SAR-helikopter.
De Gouwzee is beschut, ondiep en vriest snel dicht. Voor het ijs dik genoeg is, staat de halve Randstad er al op de schaats. Weinig schaatsers beseffen welk risico ze lopen. Sijmon Zondervan, schipper van de Marker reddingboot en brandweerman, botst nogal eens op moderne eigenwijsheid: “Stadsmensen zijn tegenwoordig even mondig als onnozel. Die willen niet wachten tot deskundigen het sein veilig geven. Maar kennis van de elementen hebben ze niet. Te weinig boerenverstand.

Een keer was het ijs zo dun dat het golfde. Toen ik schaatsers waarschuwde, kreeg ik meteen zo’n grote mond. Geen verbod houdt de mensen tegen. Dus moeten wij voorbereid zijn op ongelukken. Die hebben we de afgelopen jaren bij tientallen gehad. Gebroken botten, door het ijs zakken. Een mevrouw viel zich een schedelbasisfractuur op 800 meter van de dijk. Een schaatser raakte geïsoleerd op een ijsschots en dreef richting Lelystad; vlak voor donker pikte een heli hem daar weg. Het gevaar is onderkoeling. Dat is een sluipmoordenaar. Je moet mensen in problemen echt snel ophalen.”

De samenwerking tussen de hulpdiensten is geleidelijk ontstaan. “We werkten ad hoc al samen, maar een paar jaar geleden was coördinatie met andere hulpdiensten nog steeds niet vanzelfsprekend. Cultuur en praktijk van diensten sloten in het werkveld soms slecht op elkaar aan. Daar hadden we allemaal buikpijn van: brandweer, de burgemeester van Waterland, KNRM.

Het scharnierjaar was 2007. Oud-schipper Jacob Klaver en ik waren aan het brainstormen over onze rol bij ijsreddingen. Hoe konden wij nou sneller bij een slachtoffer komen? Wij vroegen de brandweer wat zij doet als er ver van de dijk iemand van het ijs moet. Nou, was het antwoord, wij gaan slechts zo ver het ijs op als onze ladders lang zijn. Toen waren de rollen meteen duidelijk. Wij hebben speciale ijsbrancards, lijnen en overlevingspakken, de brandweer heeft voertuigen, ladders en duikteams. We hebben de samenwerking concreet gemaakt.

Zodra wij vanwege ijs niet meer kunnen varen, leggen wij onze spullen in de brandweerwagen. Die rijdt ons zo dicht mogelijk naar een slachtoffer, de alarmcentrale vertelt ons de details en ter plekke gaan wij in overlevingspak het ijs op. Dat gebeurt allemaal binnen de structuur die Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland met de samenwerkende hulpdiensten heeft uitgewerkt: de inzetprocedure IJsredding op grote Wateren’.”

Dat kan zo zijn, maar zijn bemanningsleden van een reddingboot vanzelf ook goede ijsredders? Schipper Sijmon schiet in de lach. “Niet per se. Onze redders aarzelen nooit om bij stormweer het water op te gaan, maar sommige waren wel bang om door het ijs te zakken. Oefenen in wakken heeft dat allemaal verholpen. De KNRM is hier een onmisbaar onderdeel van de gezamenlijk gecoördineerde ijsreddingsdienst.”

RESPECT VOOR DE VRIJWILLIGERS VAN DE KNRM. 

 

advertentie