Geitenstop logische preventieve gezondheidsmaatregel

advertentie

De keuze voor een onmiddellijke geitenstop is logisch!

Als kleine boerenjongen kreeg ik opeens een vreemde plek op mijn been. Een grote rode plek met een nog rodere kring eromheen verscheen op mijn tere kinderhuid. De huisarts stelde de diagnose: het was ringworm. Ringworm is een zogenaamde zoönose. Dat is een ziekte die dieren kunnen overdragen op de mens. Paarden, koeien, varkens, schapen, konijnen en geiten kunnen je besmetten.

De afgelopen tijd steeg het aantal geiten in een groot deel van Nederland, waaronder Noord-Holland, zo explosief dat het een bedreiging voor de volksgezondheid ging worden. Omdat er nog geen nieuwe Provinciale Ruimtelijke Verordening (aangaande veehouderijen in Noord-Holland) door de provincie is geformuleerd en urgentie geboden was koos men voor een tijdelijke maatregel. Bedrijven of hobbyboeren met meer dan 10 geiten mogen niet uitbreiden. Tevens mogen er geen nieuwe geitenhouderijen worden gevestigd en boeren mogen niet ‘overschakelen’ naar deze diersoort.

Laconiek
De wat laconieke John Klaver van ‘Klaver Geit’ doet in een reportage de geitenstop af als een uiting van paniekvoetbal. Er zijn volgens hem geen problemen, omdat hij en zijn medewerkers niet ziek zijn. Klaver heeft echter financieel belang bij een zo groot mogelijke veestapel en maakt zich blijkbaar minder druk over de gezondheid van omwonenden. Een Engelse schrijfster, Ruth Harrison, zegt over zo’n houding: “Op het industriële landbouwbedrijf draait alles louter om winst; dieren worden enkel en alleen beoordeeld naar hun vermogen voer om te zetten in vlees of andere verkoopbare producten.” Klavers verkoopbare product is ‘geit’.

De kans op een besmetting met een zoönose was in de tijd van ‘Toen was geluk nog heel gewoon’ nog klein. Het aantal dieren was op veel boerenbedrijfjes niet zo groot. Maar er vond een snelle ontwikkeling van schaalvergroting en intensivering plaats. Veel boeren kozen ervoor om zich te specialiseren in één bepaalde veesoort en vergrootten tegelijkertijd hun veestapel. Het aantal koeien, varkens of kippen per bedrijf groeide enorm. Door de grote bezetting per oppervlakte staan de dieren tegenwoordig erg dicht bij elkaar. Om ziekten die daar normaliter mee gepaard gaan te onderdrukken krijgen zij preventief antibiotica toegediend. Ook in de geitenhouderij is dezelfde ontwikkeling waar te nemen. Een groot aantal geiten verblijft op een te kleine oppervlakte en komt zelden of nooit buiten. En dat is vragen om problemen. Wetenschappers spreken in dit verband over de ‘tikkende tijdbom’ van de industriële veehouderij.

Q-koorts
Tien jaar geleden vond een grote epidemie van Q-koorts plaats. De besmetting had zich verbreid vanaf geitenhouderijen in Noord-Brabant en Gelderland. In een groot deel van Nederland bleken veel mensen de ziekte te hebben opgelopen. Zo’n 4000 ziektegevallen werden officieel geregistreerd en in 2016 meldde de Stichting Q-support 74 doden. Officieuze cijfers vallen veel hoger uit en reppen over 100.000 besmette mensen en ongeveer 100 aan Q-koorts gerelateerde sterfgevallen. Het bleek dat de overheid de belangen van de boeren liet prevaleren boven die van de volksgezondheid.

Terwijl de Verenigde Staten toeristen waarschuwden een groot gebied van Noord-Brabant en Gelderland te mijden wegens de Q-koorts bleef de Nederlandse overheid stil in ‘het belang’ van de geitenboeren. Via de geitenmest kon de bacterie lange tijd ongestoord een groot gebied besmetten. Met verschrikkelijke gevolgen die nog steeds bij tal van slachtoffers iedere dag voelbaar zijn. De Q-koorts is inmiddels een halt toegeroepen maar andere ziekten liggen op de loer. De keuze voor een onmiddellijke geitenstop is logisch en in het belang van de gezondheid van de dorpsgenoten van geitenboer John Klaver. De overheid wil niet weer zo’n grove fout maken…

advertentie