Burgemeester deelt oorvijg uit

advertentie

Burgemeester Knorr begeleidt Beatrix in 1980 (Regionaal Archief Alkmaar).

Na een aantal jaren eerste burger te zijn geweest in Andijk, vertrok J.F.G. Knorr naar de Wieringermeer, waar hij van 1975 tot 1992 burgemeester was. Al voor zijn benoeming ging het gerucht dat hij aan de ‘Zeugweg’ ging wonen. Af en toe bleek zijn achternaam hem te hinderen.

Burgemeester Knorr wilde dat gemeentelijke werklieden zijn tuin gingen onderhouden. Kritische Wieringermeerders hadden als reactie daarop een bok op zijn grasveld laten grazen om ‘het gras te maaien’. Knorr belde meteen de politie en de eigenaar van het dier kreeg een boete. De burgervader kon de grap niet waarderen. Een tweede incident vond plaats in Kreileroord. Knorr was uitgenodigd voor een toneelvoorstelling. In de zaal waren echter alle stoelen bezet. Men verzocht enkele jongens om hun stoelen af te staan voor de burgemeester en z’n gevolg, waarop een jongen, Ronnie Aukes, een knorrend geluid maakte. Dat kon Knorr niet waarderen en hij gaf hem een flinke ‘oorvijg’. De jongen deed aangifte, maar tenslotte werd de hele zaak geseponeerd. Een verslaggever vond dat Knorr ‘teveel met z’n ambtsketen rammelde’ en bedoelde daarmee dat hij de Wieringermeerders teveel als zijn ‘onderdanen’ zag.

Eerste burger Knorr was zeer begaan met het lot van de Joden in de Tweede Wereldoorlog en organiseerde twee keer een reünie van Joodse Werkdorpers. Hij zorgde er persoonlijk voor dat er een monument werd geplaatst bij de grote boerderij aan de Nieuwesluizerweg, waar vele Duits-Joodse vluchtelingen werden voorbereid op emigratie naar andere landen. Knorr verklaarde dat de reünies van Werkdorpers op hem meer indruk hadden gemaakt dan het bezoek van Beatrix, die op 21 augustus 1980 ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van de drooggevallen Wieringermeer alle dorpen van de polder met een bezoek vereerde.

Gedoogbeleid
Burgemeester Knorr stelde in 1991 dat: “De Joden niet zo gastvrij werden ontvangen in Nederland als we graag willen geloven. Vanaf het begin van de dertiger jaren vluchtten steeds meer Duitse Joden naar Nederland. Een deel van hen kwam terecht in de gebieden die nu samen Hollands Kroon vormen. De overheid was bang dat al die nieuwkomers een gevaar zouden zijn voor de werkgelegenheid voor de autochtone Nederlanders, de ‘eigen arbeidskrachten’. Het was in de praktijk een gedoogbeleid”, aldus Knorr. De regering was wat dat betreft dubbelhartig. Menslievendheid ging samen met strikte eisen aan het verblijf. De vluchtelingen moesten aantonen dat ze voldoende eigen middelen hadden voor hun levensonderhoud. Of ze moesten over speciale vaardigheden beschikken die de Nederlandse samenleving goed kon gebruiken. Bovendien mocht het niet te veel gaan kosten.

De burgemeester bleef zo’n 17 jaar in functie en dat is een lange tijd. Hij moet wel een goede burgemeester zijn geweest. Aan het einde van zijn loopbaan, bijna met de VUT, lag hij nogal overhoop met de gemeenteraad, die wilde dat hij opstapte. Hij was inmiddels verhuisd naar Heiloo en dat zinde de Raad niet. Na Commissaris van de Koningin Van Kemenade te hebben geconsulteerd, stapte hij toch maar op en hield daarmee de eer aan zichzelf…

advertentie